Ook hier rijst in eerste instantie de vraag wat inclusie op de werkplek eigenlijk inhoudt. In de eerste plaats betekent het dat alle mensen, ook mensen met een beperking, gelijke kansen op de arbeidsmarkt moeten hebben. Dat is ook een kwestie van de houding van werkgevers ten opzichte van hun werknemers. Vaak is men bang dat iemand met een beperking niet zo productief is als iemand zonder beperking. In veel gevallen ligt hieraan een zekere onwetendheid ten grondslag over de werkelijke omvang van de beperking en ook over het compensatievermogen van de persoon in kwestie. Dit leidt er niet zelden toe dat de productiviteit van mensen met een beperking wordt onderschat
Natuurlijk brengt elke beperking ook concrete nadelen met zich mee. Om toch gelijke kansen te waarborgen, moeten er op de werkplek structuren worden gecreëerd die de werknemer in staat stellen zijn rol daar optimaal te vervullen. In veel gevallen kan het gaan om kleine aanpassingen, zoals in mijn geval een eenvoudig vergrootglas of het afdrukken van documenten in een groter lettertype. Als er grotere maatregelen nodig zijn, zoals verbouwingen of de aanschaf van dure hulpmiddelen, kan een beroep worden gedaan op het integratiebureau, dat de kosten geheel of gedeeltelijk voor zijn rekening neemt.
En waarom is inclusie zo belangrijk?
Ook hier staat het maatschappelijke aspect centraal. Een samenleving die zich ten doel heeft gesteld mensen met een beperking te integreren, moet dit ook op de werkplek doen. Want die maakt voor ons allemaal deel uit van het dagelijks leven en het maatschappelijk leven. Wie niet de mogelijkheid heeft om, binnen de grenzen van zijn of haar beperking, een activiteit uit te oefenen, is ook niet geïntegreerd.
Een ander positief aspect van inclusie op de werkplek is de geestelijke gezondheid van mensen met een beperking. Het is zeker een belangrijk onderdeel van de revalidatie om ook de grenzen van het eigen functioneren onder ogen te zien. Maar steeds weer tegen deze grenzen aanlopen, is op den duur een belasting die een negatieve invloed kan hebben op het moreel en de gezondheid van het individu. Om een persoonlijk voorbeeld te noemen: als ik in mijn werk als fysiotherapeut een patiënt naar de diagnose van de arts moet vragen omdat ik de diagnose op het recept niet kan ontcijferen, stuit ik hard op een grens die met een eenvoudig vergrootglas kan worden omzeild. Bovendien daalt het vertrouwen van de patiënt, omdat ik een slecht georganiseerde indruk achterlaat. Het op deze en soortgelijke manieren schaden van de eigen reputatie en mogelijk die van het hele bedrijf kan onder bepaalde omstandigheden een zware last zijn, die door inclusief werken gemakkelijk kan worden vermeden.
Tot slot de financiële kwestie vanuit het perspectief van de overheid. Niet vanuit het perspectief van de werkgever, want de werkgever kan de meeste kosten die voortvloeien uit inclusie terugkrijgen. Zonder inclusie kan het zijn dat een persoon met een beperking geen kans heeft op de reguliere arbeidsmarkt. In plaats daarvan blijven aangepaste werkplaatsen of direct een uitkering als opties over. Beide vormen een blijvende financiële last voor de staat en daarmee voor de belastingbetaler.
Aan de andere kant is een eventuele omscholing, afhankelijk van de beperking en de inrichting van de werkplek, eveneens kostbaar. Daarna keert de balans echter snel om, want door inclusie wordt iedereen een goed functionerend radertje in onze economische machine: men verdient geld, betaalt belasting en geeft het zelfverdiende geld weer uit, waardoor het terugvloeit in de economische kringloop. Een win-winsituatie voor iedereen.

